Leela is de eerste roman van Martin Wickramasinghe (1890-1976), de schrijver die nu wordt beschouwd als een van de grondleggers van de moderne Singalese fictie. Het boek verscheen voor het eerst in 1914, toen hij nog een jonge man van begin twintig was, en dit is een Singalese uitgave ervan.
Wickramasinghe vertelde later dat hij Leela op zijn negentiende schreef en daarbij bewust het patroon volgde van Piyadasa Sirisena, de populairste Singalese romanschrijver van die tijd. Het verhaal zelf is opgezet als een conventioneel melodrama, maar de jonge auteur gebruikte het, via zijn held Albert, om ideeën naar voren te brengen die voor Singalese lezers destijds heel nieuw waren: moderne wetenschap, biologie, evolutie en antropologie, en de opvatting dat vooruitgang voortkomt uit het bevragen van oude gebruiken én uit het bewaren ervan. In het voorwoord betoogde hij dat er niet één kennisstelsel voor Aziaten en een ander voor westerlingen kan bestaan.
Het boek werd geen succes. Het kreeg vijandige besprekingen, waaronder een reeks aanvallen in de boeddhistische pers door de monnik Yagirala Pagnananda Thero en kritiek van Sirisena zelf, die bezwaar had tegen de propagering van de evolutietheorie. Volgens de auteur zelf werden er van de eerste druk slechts enkele honderden exemplaren verkocht. Wickramasinghe vond het later mager als verhaal maar waardevol als ideeënwerk, en hij koos voortaan het essay voor zijn wetenschappelijke geschriften en een ander soort fictie in Soma (1920).
Wie Leela vandaag leest, vindt het vooral interessant als beginpunt van een zestigjarige loopbaan die zou leiden tot Gamperaliya, Madol Doova en Viragaya. Het boek is geschikt voor lezers van het Singalees die Wickramasinghes ontwikkeling vanaf het begin willen volgen, en voor iedereen die belangstelling heeft voor de vroege geschiedenis van de Singalese roman.
- Auteur: Martin Wickramasinghe
- Verschenen: 1914
- Taal: Singalees


